zondag 9 september 2007

Aikido

Aikido is een krijgskunst die in het begin van deze eeuw door Morihei Ueshiba uit de technieken van de Japanse samoerai, en in samenhang met verschillende filosofische en religieuze tradities, ontwikkeld is.

De activiteiten van Morihei Ueshiba, ook wel O'Sensei (de grote meester) genoemd, leidde tot de oprichting van de Hombu Dojo in Tokyo, Japan, van waaruit het Aikido zich over de wereld verspreid heeft.

Juyi

Aikido onderscheidt zich van andere krijgskunsten en vechtsporten omdat het geen competitie kent. Er is geen wedstrijdelement en er kan dus niet van een ander gewonnen of verloren worden. Iedereen werkt uitsluitend voor -en aan zichzelf en ook de gevorderde Aikidoka (Akido beoefenaar) blijft in dit opzicht een beginner zonder pretenties.

Aikido kent geen aanvalstechnieken. De confrontatie met de partner wordt niet gezocht voordat men zelf wordt aangevallen. Daarom moet de Aikidoka leren leiding te geven aan de energie die op hem of haar afkomt.

Om leiding te kunnen geven aan andermans energie is het van groot belang om rustig te blijven en niet in paniek te geraken. Door een goede buik-ademhaling ontstaat er rust in het centrum van het lichaam van waaruit alle bewegingen opgevangen en geleid worden.

Irmi

Een ander belangrijk punt is het aanleren van nieuwe efficiënte bewegingen en vooral het afleren van oude reflexen. Zo zijn er mensen die altijd een confrontatie aan willen gaan en altijd ingaan (omote).

Door de oefeningen gaat de beoefenaar beseffen dat de mogelijkheid bestaat om mee te gaan met de bewegingen van een ander.

Blijft de partner je toch achtervolgen dan ben je in het voordeel omdat je niet wordt verrast en nu zelf het tijdstip van de confrontatie kan bepalen.

Er zijn ook mensen die altijd een confrontatie uit de weg gaan; altijd naar achteren gaan of uitgaan (
ura). Door de oefeningen gaan zij beseffen dat zij de mogelijkheid hebben om de confrontatie aan te gaan, in contact te komen met de partner en deze te leren leiden.






Stap in als een driehoek,
beweeg als een cirkel,
eindig als een vierkant.
Alain Dujardin
4° Dan Aikikai



Eskrima

Het Eskrima is een echt systeem d.w.z. geen verzameling van afzonderlijke techniekjes maar een krijgskunst met een zorgvuldig uitgekiende opbouw dat de leerling in staat stelt de principes van het gewapend vechten door te trekken naar de ongewapende zelfverdediging.


Het systeem Eskrima is ook compleet d.w.z. het wil aan haar beoefenaars onder alle omstandigheden een optimale verdediging bieden. Een Eskrimador (eskrimabeoefenaar) wordt dan ook getraind in alle mogelijke aspecten van de moderne zelfverdediging: stok, mes, klemmen, stoten, trappen, 2 stokken, stok en mes, grondwerk...

Wat het Eskrima zo uniek maakt is dat de leerling eerst leert zich te verdedigen met wapens en nadien evolueert naar ongewapende verdediging. In alle andere gevechtsporten is het net andersom, maar men kan zich de vraag stellen of deze aanpak niet de betere is.




Aanvallen naar gevoelige punten, klemmen, stoten, trappen, zelfs een ongetraind en fysiek zwak persoon kan zich ongewapend perfect leren verdedigen met het Eskrima.





zaterdag 8 september 2007

Jiu-Jitsu

Het traditionele jiu-jitsu (of zachte kunst) is in de loop der jaren reeds vele malen aangepast aan de moderne vorm van gevechtssituaties.
Ook door invloeden van andere krijgskunsten werden er verschillende stijlen ontwikkeld.

Het jiu-jitsu maakt vooral gebruik van de kracht van de aanvaller en het uit evenwicht brengen (
kuzuchi) van deze aanvaller, en hem neutraliseren door klem of atemi (trap of stoot).

De jiu-jitsuka ( jiu-jitsu beoefenaar) gaat zelden of nooit hard afweren, maar gaat de aanval opvangen, meegeven, en daarna de eigen kracht terugsturen door middel van atemi.


Het omvat een waaier van technieken. Zowel werp- , trap- ,grond- klem-, als wapentechnieken....


Jiu-jitsu kan ook door iedereen beoefend worden, ongeacht de leeftijd, geslacht, grootte, gewicht of kracht.





De oorsprong van het jiujitsu (ook wel yawara genoemd) is gehuld in nevelen. Veel beoefenaars beschouwen het als een zuiver Japanse vechtkunst, maar doorgaans wordt een Chinese oorsprong verondersteld.

De samurai leerden destijds jiujitsu in scholen die elk van elkaar verschilden, zogenaamde ryu. Als een samurai tijdens een gevecht werd ontwapend kon hij met blote handen verder vechten. Na het eind van het feodale stelsel werden de subsidies voor de scholen stopgezet en waren de meesters genoodzaakt om jiujitsu te leren aan normale burgers. Later vloog jiujitsu over naar het Westen.

Uit het jiujitsu zijn diverse zelfverdedigingvormen en -sporten voortgekomen, zoals aikido dat oorspronkelijk Daitoryu aikijiujitsu was, en judo waarbij de jutsu van jiujitsu een "do", een "weg" is geworden (ju-jutsu -> ju-do).

Over de geschiedenis van het jiu jitsu bestaan verschillende legendes

De meest populaire versie is die van Dr. Akiama, een Japans geneesheer die in China een rondreis maakte en daar een gevechtskunst bewonderde. Dr. Akiama maakte zich deze kunst meester en na geruime tijd beheerste hij ze als een ware meester. Hij bleef echter met een probleem worstelen, wat kan hij doen indien deze technieken op hem werden toegepast.

Na lange maanden van overpeinzing bracht op een winterdag de natuur het antwoord naar hem toe. Hij zag hoe de takken van een van een kerselaar braken onder het gewicht van een vracht sneeuw. Toen hij de wilg bekeek merkte hij hoe deze veerkrachtige takken doorbuigen en de sneeuw er lieten afglijden. Op slag had hij een oplossing voor zijn kwelling, als men wil overleven moet men veerkrachtig en meegaand zijn. Hij paste de technieken aan naar zijn nieuwste vondst en het jiu jitsu was geboren. Deze kunst was zodanig effectief dat de samurai ze aanleerde om in geval van ontwapening nog in staat te zijn om zich op een afdoende en efficiënte manier te kunnen verdedigen. Naast het iai-jitsu en het kenjitsu werd ook het jiujitsu een belangrijke factor in de opleiding tot samurai.